Over klonen gesproken
Het gebeurt niet iedere dag ‘s morgen bij het opstaan in je tuin ineens een weermacht van klonen te ontmoeten. Ik kreeg het er koud van. Vroeg me af wat ze zochten. Ze zagen er voor mijn gevoel akelig ‘duits’ uit. Waarschijnlijk in mijn hoofd ergens nog een verstopt trauma uit de tweede wereldoorlog. Je weet het maar niet. Kortom, ik nam mijn jachtgeweer van de schouw en schoot vanuit het raam waarschuwingsschoten in de lucht. Ze keken niet op of om, bleven onverstoord voor zich kijken. Deden alsof ze hier al eeuwig stonden.
Ineens begon ik aan hun kleuren te wennen, vond ze zelfs mooi. Ook hun mannelijke gespierdheid viel me op, terwijl ik toch zelf man ben, en daar nou eigenlijk niet van onder de indruk zou moeten zijn. Er ontstond jaloershied in me. Hoe zou mijn vrouw dit vinden als ik er al voor open stond. Ze zou me kunnen verlaten, er met de één of ander van deze mannen vandoor kunnen gaan.

